Geschiedenis van het ras

Geschiedenis

De Australian Labradoodle is het resultaat van de zoektocht naar een allergievriendelijke geleidehond, welke sinds het begin van de zeventiger jaren gefokt wordt.

Wally Cochran was de eerste die ging fokken met een Labrador en een standaard Poedel en gaf het resultaat de naam Labradoodle. Tegan Park en Rutland Manor in Australië gingen door met het werk van Cochran en werden de grondleggers van de Australian Labradoodle.

De Australian Labradoodle is geen simpele kruising tussen een poedel en labrador. Een heel selectief fokprogramma met op gezette tijden infusies van andere rassen heeft er voor gezorgd dat de Australian Labradoodle zijn bijzondere eigenschappen heeft. De Australian Labradoodle heeft een vriendelijk, sociaal karakter, en een allergievriendelijke vacht. Australian Labradoodles hebben een golvende of krulvacht en geven geen lichaams- of vachtgeur af. Dit alles maakt de Australian Labradoodle de ideale familiehond voor mensen die normaal geen hond zouden kunnen houden.

De Australian Labradoodles is de hond die Rutland Manor en Tegan Park 21 jaar lang hebben ontwikkeld. Zij waren het die een fok- en onderzoekscentrum in Melbourne startten. De informatie hieronder is conform de richtlijnen van de ALA (Australian Labradoodle Association Inc.)

Definities

AL = Australian Labradoodle.
ALF = Australian Labradoodle Foundation Dog (een soort voorloper).
ALF0 = Australian Labradoodle basis-fokhonden.
LO = Kruising Labrador x Poedel (ook wel aangeduid als F1/F1B/F2 labradoodle).
= Kruising Cocker Spaniel x Poedel (ook wel Spoelde genoemd).

Basishonden

= Labrador.
= Poedel.
C = Cocker Spaniel.

* ALF1 tot en met ALF3 worden ook wel ‘Multigen’ Labradoodles genoemd. Vanaf ALF4 (4e generatie) is de naam Australian labradoodle (pure Australian Labradoodle).

** Een LO promoveert naar ALF1 alleen als deze gekruist wordt met een AL of ALF (maakt niet uit welke generatie) of met een Cocker Spaniel of met een Spoodle.

Labradoodle fokken
  • Poedel ℗ x Labrador (L)  =  LO1 (of F1).
  • Poedel ℗ x LO1  =  LO2 (of F1B).
  • LO1 x LO1 of hoger  =  LO2 (of F2).
  • LO2 x LO2 of Hoger  =  LO3 (of F3).
  • LO1 /LO2(F1B) /LO3 x ALF1 of Hoger  =  ALF1.
  • LO1 /LO2(F1B) /LO3 x Cocker Spaniel ©  =  ALF1.
  • LO1 /LO2(F1B) /LO3 x Spoodle (S)  =  ALF1.
Australian Labradoodle (AL) fokken
  • ALF1  x  ALF1 of hoger  =  ALF2.
  • ALF2  x  ALF2 of hoger  =  ALF3.
  • ALF3  x  ALF3 of hoger  =  AL Pure.
De Australian Labradoodle is in 3 verschillende maten te onderscheiden
  • Mini: 7-13 kilo / 35-43 cm -schofthoogte.
  • Medium: 13-23 kilo / 43-53 cm.
  • Standaard: 23-30 kilo / 53-63 cm.
Er zijn 3 verschillende vachten te onderscheiden
  • Wool
  • Curly Fleece
  • Wavy Fleece

Het verschil van vacht zit in de dichtheid van de haarinplant en de dikte van de vacht. Er is veel variatie binnen de typen vacht.

De AL zijn er in verschillende kleuren afkomstig van 4 basiskleuren
  • Zwart
  • Bruin
  • Karamel
  • Geel

De V-factor en de R-factor (2 verschillende genen) maken alle andere kleuren mogelijk (blauw, zilver, chocolade, café, lavendel, parchment, rood, crème en wit).
Een ‘parti’ is een 2 kleurige. Het kan een combinatie zijn van alle kleuren met als basis wit.

…… informatieve en interessante links!.